Dag 2 van onze stage. Ik vertrek vol goede moed en
goesting naar het ziekenhuis. Na de briefing word ik even bij de hoofdzuster
geroepen. Die verontschuldigt zich uitgebreid dat ze gisteren heel de dag in
vergadering was en belooft me vandaag bij iemand te zetten die me uitleg zal
geven en me zal begeleiden. Ze wil graag dat ik veel kan leren. Ik zelf wil
graag veel opsteken maar vooral ook veel kunnen terugdoen voor hen eens ik ingewerkt
ben. Voor mij is het een uitwisseling. De hoofdzuster lijkt dit te appreciëren.
Na het gezongen ochtendgebed krijgt het hele
verpleegkundige team een lezing over de borstvoeding van Eloise, de diëtiste.
Meer info vind je hier in een aparte blog. Ik besef nu pas eigenlijk de draagwijdte van het voeden van de baby met het spuitje gisteren ten volle. Ik realiseer me dat de angst die ik had, dat de baby dood op mijn hand zou liggen, helemaal terecht was. En dat de manier waarop de eerste zuster ermee omgegaan was, helemaal niet oké was. Dat zij er gewoonweg niet om geeft. Dit maakt het dubbel erg want ik kan me dat gewoonweg niet voorstellen.
Hierna wordt overgegaan naar de orde van de dag. Ik sta op zaal 3, waar momenteel een 6-tal grotere kinderen verblijven. Ik doe al een rondje om even kennis te maken met de ouders en de kinderen, om te horen hoe de nacht geweest is en om te informeren of de kinderen al gewassen zijn. Er worden parameters genomen en ik krijg een degelijke uitleg over het invullen van het dossier. Ik help mee het ontbijt te verdelen. Hier wordt duidelijk hoe schaars de middelen zijn. Alles wordt netjes afgemeten. De havermoutpap wordt uitgeschept (iedereen krijgt een kopje) en er wordt een scheutje melk bijgegoten (niet te veel want we moeten toekomen met 1 bus melk voor alle kinderen). Er is een hardgekookt ei met 1 boterham en een stukje fruit (bananen worden in 2 gesneden zodat iedereen wat heeft). De mama's van kamer 4 waar de allerkleinsten liggen, krijgen eten in het ziekenhuis. De andere mama's enkel wanneer er iets over is. Dat is nu niet het geval. Enkel de mama's van de ondervoede kinderen krijgen ook nog wat.
En dan zit het werk erop. Het is amper een uur of 9 en er hoeft niets meer gedaan te worden. Ik loop wat rond, maak hier en daar een praatje, ga bij mijn pupillen van gisteren een kijkje nemen, probeer wat contact te maken met de kinderen, neem mijn theepauze van een half uur (is hier standaard zo lang), babbel met een zuster, troost een hongerige baby die enkel op logement is omdat de mama nog opgenomen is op een andere afdeling en nog bijna een uur moet wachten vooraleer mama komt voeden. Een zuster komt na een paar minuten de baby uit mijn handen trekken. Ze is ervan overtuigd dat zij het kindje in slaap zal kunnen wiegen. Wanneer dit na 10 minuten nog niet gelukt is, krijg ik het meisje terug in mijn armen geduwd. Ze is rustig en valt uiteindelijk toch nog even terug in slaap.
Om 11 uur komt de zuster van zaal 4 (de hele kleintjes) me vragen om om half 12 de glucose te meten bij een kindje. Ik ben blij dat ik iets kan doen dus ik ben netjes op tijd om deze opdracht uit te voeren. Ik vind het wel een beetje zielig dat ik in het mini hieltje moet prikken dat ondertussen al helemaal blauw ziet. Het suikergehalte in het bloed is te laag en ik weet niet wat ik moet doen. De zuster is in geen velden of wegen te bekennen. Het is uiteindelijk Ujené die gaat uitvissen wat er moet gebeuren en het kleintje krijgt wat glucose toegediend. Rond 12 uur komt de zuster vragen of ik gedaan heb wat ze heeft gevraagd. Wanneer ik dit bevestig, is voor haar de kous af. Ze vraagt niet wat het resultaat was en of we actie hebben ondernomen. Het lijkt haar niet veel te kunnen schelen.
Ik krijg nog de gelegenheid om te kijken hoe een maagsonde gestoken wordt en ben dankbaar wanneer ik mag toekijken bij Ujené die een grote wonde van een appendix verzorgt bij een 9-jarig meisje. Ze is ongelooflijk vriendelijk en dankbaar naar de student toe die haar de nodige materialen aanreikt. Ik houd me vooral bezig met het meisje dat bang is en pijn heeft. Ik krijg een lach op haar gezicht elke keer ze in mijn handen knijpt wanneer het pijn doet.
De sociale verpleegkundige komt nog langs. Ujené vertelt me dat ze erbij is geroepen omdat er een vermoeden is van misbruik bij een kindje. Blijkbaar gebeurt dit erg vaak. De mannen geloven dat ze, wanneer ze een maagd penetreren, genezen zullen zijn van de HIV. Zelfs baby's moeten er dan aan geloven. Het is dweilen met de kraan open. Er zal een dossier opgemaakt worden maar verder zal er niet veel mee gebeuren. Ik bevraag hoe de moeders daarmee omgaan. Zij lijken niet veel keuze te hebben en zijn eerder afgestompt. Een soort zelfbescherming omdat ze er toch niets aan kunnen doen? Ze zitten in een moeilijke positie. Ze worden vaak geslagen of verlaten door hun man
Verder valt er niet veel te doen. De kindjes hangen maar wat rond of liggen met hun hoofdje op de tafel die in het midden van de kamer staat. Ik vraag naar de speelkamer. Die mag enkel open wanneer studenten van de universiteit komen om met de kinderen te spelen. Ik heb de indruk dat dit niet zo vaak gebeurt. Dit is erg jammer want het zou hen wel helpen om de dag wat leuker door te komen. Ik neem me voor om maandag een paar ballonnen in mijn rugzak te steken die ik van thuis heb meegebracht.
Later in de namiddag vraag ik Ujené of ik mee mag met het ronddelen van de medicatie. Zij is hier erg blij mee want ze staat er helemaal alleen voor en is erg gefrustreerd. De verpleegkundige waar zij deze morgen aan toegewezen was, neemt het helemaal niet nauw en checkt de medicatie niet voldoende zodat er fouten gebeuren. Ondanks het feit dat het ook haar 2de dag is op deze dienst, wordt ze amper ondersteund. Ik ga met haar de kinderen langs. En ja, het is erg frustrerend. Dossiers liggen niet waar ze moeten liggen (ik vind er gelukkig nog een paar op de desk van de zusters en eentje ergens in een bak) en de dossiers van 2 kindjes met dezelfde achternaam blijken verwisseld te zijn. Het is zoeken naar de juiste medicatie, de dossiers zijn niet even duidelijk en de gekregen medicatie van de ochtend is niet altijd afgetekend. Dan is het erg moeilijk om te weten of je al dan niet nog medicijnen moet geven. We maken IV medicatie klaar voor een kindje en dan blijkt het infuus al verwijderd te zijn. En dan moet ze van de zuster stoppen met het bedelen van de geneesmiddelen omdat het bezoekuur is. Ik vraag haar of het niet gevaarlijk is dat ze dit niet op tijd krijgen. Dit is zo maar ze voelt zich machteloos.
Ik heb heel veel om over na te denken wanneer ik terug naar huis ga. Het is moeilijk om te weten wat ik hiermee aanmoet. Sommige zusters op deze dienst zijn wel begaan maar de meerderheid lijkt het zich allemaal niet veel aan te trekken. Ik besef ook wel dat dit mijn perceptie is. Verder zit ik met het feit dat er heel weinig te doen is op deze dienst terwijl ik nog heel veel te leren heb om een goede verpleegkundige te kunnen zijn. En het voorval met de baby gisteren doet me ook wel nadenken. Wat als ik, door de gebrekkige begeleiding, toch eens een (mogelijk fatale) fout maak? Die verantwoordelijkheid weegt plots erg zwaar. Ik slaap er een nachtje over en besluit dit te bespreken met Theresa.
De volgende dag zit ik in het kantoor van Theresa. Ik vind het een beetje moeilijk, weet niet goed waar te beginnen. Ik wil helemaal niet ondankbaar of onrespectvol lijken (en dat ben ik ook niet). Ik heb ook al meteen het werken met de kindjes en mini-baby's in mijn hart gesloten. Wanneer ik mijn verhaal doe, komen pas een beetje de emoties, en dan vooral rond het voeden van de baby, los. Gelukkig begrijpt ze het en we bespreken de mogelijkheden. Ze gaat kijken voor een andere afdeling voor me, eventueel de materniteit, de ICU bij volwassenen en/of een weekje op de operatiezaal. Ik ga nog gelegenheid hebben om met de kleintjes te werken tijdens mijn volgende stage in Klerksdorp waar ik op de ICU voor kinderen stage zal lopen. Theresa zal ook proberen dat we in die periode ook kunnen werken in de clinic van Promosa die we vorige week bezocht hebben omdat we er zo enthousiast over waren. Ik ben deze vrouw zo dankbaar voor alles wat ze voor ons doet!
Maar 1 foto genomen vandaag maar ik wil ze jullie toch niet onthouden ;-)
 |
| Sometimes it feels a little bit like home 😀. Tupperwareparty's zijn hier dus ook bekend |
pakkend verhaal, hou je goed 😘
BeantwoordenVerwijderenDank je wel! X
Verwijderen